Klinkers en medeklinkers

Klinkers en medeklinkers

Een klinker begint met gesloten stemspleet.

 Een medeklinker begint met open stemspleet.

Van klinkers en medeklinkers kan men twee definities geven: een fonetische en een

fonologische. De fonetische beschrijft hoe een klinker/medeklinker wordt uitgesproken, de fonologische beschrijft de functie die een klinker/medeklinker in een lettergreep inneemt.

Klinkers

Uitspraakfactoren

Omdat klinkers en medeklinkers spraakklanken zijn, moet een definitie van klinkers en medeklinkers ook het wezenlijk verschil aangeven in de uitspraak ervan. Welnu, het uitspraakproces van een klinker is afhankelijk van meerdere factoren:

In deze tekst beperk ik mij tot de uitspraak van de klinkers zoals die te horen is in het noord-oostelijke gedeelte van Nederlands Zuid-Limburg. En dan met name in de vroegere gemeenten Geleen, Onderbanken (met mijn geboortedorp Jabeek), Nuth en Schinnen, kortweg het GONS. Hier worden bijvoorbeeld de lange ee, oo en eu beklemtoond niet gediftongeerd, zoals dat vaak gebeurt in Holland. Voor het overige heeft de GONSe uitspraak van de klinkers veel gemeen met die welke in de rest van de wereld te beluisteren valt.

Uiteraard bedoel ik ook de uitspraak op gewone spreektoon en niet bijvoorbeeld op fluistertoon, waarbij immers de stembanden niet gebruikt worden.

Vervolgens speelt een belangrijke rol de plaats die een klinker inneemt in een woord of daarbuiten. Een klinker kan immers vrij staan of onvrij:

Onvrij staat een klinker achter een medeklinker. Vrij staat hij aan het begin van een woord of alleenstaand, zoals bij de opsomming van het alfabet.

 

Het uitspraakproces van een vrije klinker

Ofschoon een klinker als onderdeel van een woord meestal onvrij staat, dat wil zeggen omgeven door medeklinkers in een lettergreep, bespreek ik eerst de uitspraak van een vrijstaande klinker, omdat dan het hele uitspraakproces betrekking heeft op alleen de klinker.

Het uitspraakproces van een vrije klinker bestaat uit vier fases:

1) De stemspleet sluit en de longen brengen spraaklucht samen vóór de gesloten stemspleet.

2) De stemspleet gaat vervolgens opeens open.

3) De vrijkomende spraaklucht doet dan meteen de stembanden trillen: elke klinker is dus stemhebbend.

4) De trillende lucht kan vervolgens als klinker welhaast ongehinderd door de mond stromen en die verlaten.

‘Welhaast ongehinderd’ betekent dat de vorm van de mondholte, bepaald door de kaken met de tong en het gehemelte, de wangen en de lippen, het karakteristieke timbre van elke klinker bepaalt.

Het voorgaande kan in de volgende uitgebreide definitie van een klinker geplaatst worden:

Een klinker is een spraakklank waarvan de uitspraak begint met gesloten stemspleet, die vervolgens opeens opengaat, waarna de spraaklucht de stembanden doet trillen en welhaast ongehinderd de mond kan verlaten als klinker.

 

Glottal stop

De stemspleet tussen de stembanden wordt ook de glottis genoemd. Deze spleet kan open- en dichtgaan. Uitspreken met gesloten stembanden wordt ook genoemd met een stembanden-stop of met een glottis-stop, naar de Engelse uitdrukking glottal stop.    Merkwaardiger wijze wordt op de Engelse Wikipedia de volgende definitie gegeven van de glottal stop: “The glottal stop is a type of consonant (…) produced  by obstructing airflow in the (…) glottis.” Het is onaannemelijk dat de uitspraak van een klinker begint met “a type of consonant”. Engels-talige filologen komen tot deze merkwaardige uitspraak over de glottis-stop doordat in het cockney Engels en in Engelse dialecten bij woorden als button de t-uitspraak wegvalt en vervangen wordt door een stemband-stop. Maar dat betekent geenszins dat de vervanger (de stemband-stop) hetzelfde is als het vervangene (in casu de obstruente plofklank t), of, korter gezegd: dat de stemband-stop een soort medeklinker zou zijn.

Het nadeel van de Engelse term glottal stop is dat alleen naar de afsluiting wordt verwezen, terwijl het wezenlijke van de uitspraak van een klinker net de plotselinge ontsluiting van de stemspleet is waarna de spraaklucht de stembanden doet trillen.

Uitspraak van opgesloten klinker

De uitspraak van een onvrije klinker zich bevindend, zoals gezegd, achter een medeklinker, bestaat uit drie fases:

1) De stemspleet wordt geopend door de voorafgaande medeklinker.

Met andere woorden: de zojuist genoemde fases 1 en 2, n.l. de opening van de stemspleet en de doorstroom van de spraaklucht, worden vervangen door de voorafgaande medeklinker. De fases 3 en 4 bij de uitspraak van een klinker blijven vervolgens dezelfde: De vrijkomende spraaklucht doet de stembanden trillen en kan welhaast ongehinderd door de mond stromen en die verlaten, als klinker.

 

Timbre en kenmerken van elke klinker

Welhaast ongehinderd betekent niet: geheel vrij. De vorm van de mondholte speelt een belangrijke rol bij de vorming van het specifieke timbre van elke klinker. Die vorm wordt bepaald door de kaken, de tong, de wangen en de lippen en kan veranderen door de ligging van de tong, door de situatie van de wangen, die uitlopen in de lippen, en door de stand van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak met het gehemelte.

Wanneer de kaken dichter bij elkaar liggen, dan is de mond meer gesloten. De klinkers die dan uitgesproken worden zijn de gesloten klinkers. Op de klinkerdriehoek is te zien dat de klinkers elkaar in het gesloten gebied verdringen. Dat komt, omdat de kaken, de tong, de wangen en lippen, kortom de mondholte, daar veel verschillende vormen kunnen aannemen die het timbre van een groot aantal klinkers bepalen. De bekendste klinkers uit dat gebied zijn de ie, ue en oe met al hun varianten. Wanneer de kaken verder van elkaar afgaan dan wordt de bewegingsvrijheid van de genoemde spraakorganen allengs beperkter en dus het aantal klinkers geringen. We komen dan de half-gesloten klinkers, zoals de i en ee, de u en eu, de o en oo tegen. Daarna komen de centrale klinkers zoals de è, ù en de ò. Dan de klinkers zoals de half-open ê. Als de mond ten slotte ver open staat, de tong tegen den onderkaak ligt, de wangen uitgerekt en de lippen alleen maar een grote ronde opening kunnen maken, is het fysiek blijkbaar alleen maar mogelijk de open a met haar varianten te produceren. Wanneer de dokter diep in de mond wil kijken, dan zal hij dus altijd alleen maar zeggen: “Zeg eens a”.

 

Het timbre van een klinker is ook afhankelijk van de klemtoon waarmee hij wordt uitgesproken. Een heel bijzondere en karakteristieke klemtoon is de Limburgse sleeptoon, die een heel apart timbre geeft aan een klinker. Maar daarover volgt elders meer.

 

         Zoals gezegd hebben wij het steeds over de uitspraak zoals die in veel Limburgse dialecten gebruikelijk is. In dit uitspraak-verband is er ook nog een Limburgs taalverschijnsel dat aangeeft of men met een klinker van doen heeft of niet:

 

De Limburgse klinkerproef

Bij veel Limburgse dialecten kan men meteen horen of een volgend woord begint met een klinker of een medeklinker: Op het eind van een woord wordt een stemloze k, t, p s, f een stemhebbende gk, d, b, z, v vóór een volgend woord dat begint met een klinker, terwijl de Hollanders dan k, t, p s, f  blijven zeggen.

Voorbeelden:

Kiehk ens! >        [kiehgk ens]                  Kijk eens.

Dat is good>       [dad is good]                 Dat is goed.

trap op, trap aahf > [rab op, trab aahf]    Trap op, trap af.

Lach ens. >          [lag ens]                        Lach eens.

Is iëmes doa?      [iz iëmes doa]               Is iemand daar?

Aahf en toew >    [aahv en toew]              Af en toe.

Dit geldt ook als een h in onset in de uitspraak vervallen is, maar desondanks haar invloed als medeklinker behoudt op een voorafgaande stemloze obstruent:

Dat is ‘em.           [dad is ‘em]                  Dat is hem.

Trèk ‘t oeht!        [trèk et oeht]                 Trek het uit!

 

Fonologische definitie van klinker en medeklinker

Fonologische, taalkundig gezien is een klinker een taalklank die de kern van een lettergreep kan vormen. Een medeklinker kan dat niet.

 

 

Medeklinkers

Wij hebben gezien:

Een klinker is een spraakklank waarvan de uitspraak begint met gesloten stemspleet, die vervolgens opeens opengaat, waarna de spraaklucht de stembanden doet trillen en welhaast ongehinderd de mond kan verlaten als klinker.

De definitie van een medeklinker:

Een medeklinker is een spraakklank waarvan de uitspraak begint met open stemspleet, waarna de stembanden de spraaklucht al dan niet doen trillen en de spraaklucht de mond gehinderd moet verlaten als medeklinker.

 

Kernachtiger gezegd:

Een klinker begint met gesloten stemspleet.

Een medeklinker begint met open stemspleet.

 

Opmerking: Een van mij zonen, diergeneeskundige met belangstelling voor de dierengeluiden, wijst mij erop dat de taalkundigen in het algemeen de menselijke taalklanken soms te eenzijdig taalkundig bekijken en te weinig aandacht hebben voor de physieke, biologische kant ervan.  Hij vindt mijn definitie van klinkers en medeklinkers met de nadruk op het sluiten en ontsluiten van de glottis (aan welke glottis hij een ruimere definitie geeft) ook interessant voor die technische ontwikkelaars die zich bezig houden met een sprekende robot. Die hebben behoefte aan zo’n exacte definitie om aan de hand daarvan zo exact mogelijk geluiden zoals de menselijke (en dierlijke) spraakklanken na te bootsen.

 

Stemhebbende en stemloze medeklinkers

Wanneer de ademlucht de open stemspleet verlaat bij het uitspreken van een

medeklinker kan hij twee dingen doen met de stembanden:

1) Hij kan die doen trillen, en dan heet de medeklinker stemhebbend (het trillen kan men voelen door een vinger tegen de adamsappel te houden),

2) De medeklinker kan de stembanden in de open stemspleet niet doen trillen, en dan heet hij stemloos.

 

De mond gehinderd verlaten

De hinder die de spraaklucht voorbij de open stembanden bij de tocht door de mond ondervindt bepaalt de klasse waarin de medeklinkers worden ingedeeld: obstruenten, sonoranten en half-medeklinkers.

 

‘Hinder’ voorbij de open stemspleet kan betekenen bij de obstruente medeklinkers:

Blokkering van de spraaklucht door tongrug en hard gehemelte bij de velare plofklanken k en gk, waarbij de stembanden niet trillen bij de stemloze k, maar wél bij de stemhebbende gk.

Blokkering van de spraaklucht door tongpunt en tanden bij de dentale plofklanken t en d, waarbij de stembanden niet trillen bij de stemloze t, maar wél bij de stemhebbende d.

Blokkering van de spraaklucht door de lippen bij de bilabiale plofklanken p en b, waarbij de stembanden niet  trillen bij de stemloze p, maar wél bij de stemhebbende b.

Ernstige hinder van de spraaklucht door tongrug en hard gehemelte bij de wrijfklanken ch en g, waarbij de stembanden niet trillen bij de stemloze ch, maar wél bij de stemhebbende g.

Ernstige hinder van de spraaklucht door tongpunt en tanden bij de dentale wrijfklanken s en z, waarbij de stembanden niet trillen bij de stemloze s, maar wél bij de stemhebbende z.

Ernstige hinder van de spraaklucht door tongpunt en tanden bij de labio-dentale wrijfklanken f en v, waarbij de stembanden niet trillen bij de stemloze f, maar wél bij de stemhebbende v.

Al deze medeklinkers worden vanwege de genoemde obstructie de obstruenten genoemd.

 

‘Hinder’ voorbij de open stemspleet betekent bij de sonoranten betrekkelijk geringe hinder:

door tongpunt en tanden die de spraaklucht klankrijk naar buiten sturen via de neus bij  de stemhebbende neusklank n.

door beide lippen die de spraaklucht klankrijk naar buiten sturen via de neus bij de stemhebbende neusklank m.

door de tongpunt die de spraaklucht langszij naar buiten stuurt bij de stemhebbende vloeiklank l.

door trillende huig of trillende tongpunt die de spraaklucht, door dat trillen van huig of tongpunt zeer klankrijk geworden, naar buiten sturen bij de vloeiklank r.

 

Door de geringe hinder zijn al deze medeklinkers klankrijker dan de obstruenten en heten daarom de sonoranten. Maar sommige sonoranten zijn sonoranter dan andere. We zullen zo meteen zien welke dat zijn.

 

‘Hinder’ bij h, j en w:

De h en de sjwa

De h is het ruisen van de spraaklucht in de open stemspleet, tussen de nog niet trillende stembanden, zoals bij het fluisteren. Zodra de stroom van de spraaklucht sterk genoeg is om de stembanden te doen trillen begint met de h een klinker te klinken, die in de vorm van de mondholte zijn specifiek timbre krijgt. De spraaklucht kan vervolgens voorbij de stemspleet met haar stembanden de mond ongehinderd verlaten.

Hiermee is aangetoond de nauwe band tussen de h en een klinker in het algemeen: De h opent de stemspleet voor de klinker. De spraaklucht van de h, die de duur van de klinker  bepaalt, verlaat samen met de trillende spraaklucht van de klinker, gekleurd door de vorm van de mondholte, klankrijk de mond.

De nauwste band is er tussen de h en de onbeklemtoonde korte klinkers e en sjwa. Bij de uitspraak van de h en die e zijn alle spraakorganen voorbij de stembanden in dezelfde rust, in dezelfde neutrale stand.

 

De j

Bij het uitspreken van de j wordt de spraaklucht, in de open stemspleet in trilling gebracht door de stembanden, ietsjes meer gehinderd dan bij de h. Deze spraaklucht krijgt voorbij de open stemspleet nog de specifieke wrijfklank van de j in de opening tussen de tongrug en het hard gehemelte. Maar daarna kan de spraaklucht ook bij de j klankrijk want ongehinderd de mond verlaten.

 

De w

Nóg ietsjes meer gehinderd dan bij de h en de j wordt de trillende spraak-lucht voorbij de open stemspleet door de beide lippen (dus het verst verwijderd van de vormingsplaats van de klinkers tussen de stembanden) bij de stemhebbende klankrijke w.

 

Uit deze beschrijving van de uitspraak van h, j en w blijkt dat de h klankrijker, sonoranter is dan de j en w. We zullen zien dat dit belangrijke gevolgen heeft bij de hiërarchische opbouw, ook distributie genoemd, van de medeklinkers rondom de klinker van een lettergreep.

 

H, j en w medeklinkers

Welhaast wereldwijd is er verwarring bij de benoeming van de h, j en w: Zijn dat klinkers of medeklinkers? Alle drie worden zij vanaf het begin uitgesproken met open stembanden. Dus zijn het medeklinkers.

Alleen zijn zij door afwezigheid van ernstige hinder zó sonorant, dat men erover van mening kan verschillen of het hele of halve (mede)klinkers zijn, zoals bij de discussie of een glas half vol of half leeg is. Zo valt de term half- of semi-vocaal te gedogen, vooral omdat de woorden klinker en vocaal korter zijn dan medeklinker en consonant.

Distributie: hiërarchie van de spraakklanken

De klankrijkdom van een spraakklank bepaalt de hiërarchisch opbouw van een lettergreep: hoe klankrijker (sonoranter) een medeklinker is, hoe dichter hij bij de klinker staat, zowel ervóór als erachter. Voorbeeld:

k-l-a-n-k : De sonoranten l e n staan dichter bij de klinker a dan de k. Omdat de h de klankrijkste van alle medeklinkers is, kan er in het GONS geen enkele medeklinker komen tussen een h en zijn klinker.

Sonoranten reageren ook anders dan obstruenten op de sleeptoon.

Elders meer over dit alles.

Ook de verschillende klinkers en medeklinkers worden elders elk apart dan wel gezamenlijk besproken.

 

Jo Bronneberg

Sittard, 4 januari 2017